Het
elektriciteitsnet wordt gebruikt voor het ‘vervoeren’
van elektrische
energie vanaf elektriciteitscentrales en
tussen distributienetwerken (een distributienetwerk is
een soort pakhuis voor
elektriciteit). Het vervoer
gebeurt
meestal boven de grond door hoogspanningsmasten. Het
verbindingsstuk van de
netwerken is in een
verdeelstation, waar de spanning wordt veranderd naar
een lagere waarde.
Bij het
vervoeren van eenzelfde kracht is bij een 10 keer zo
hogere spanning de stroom 10 keer zo laag, waardoor
de kabels dunner kunnen zijn of waardoor bij gelijke
kabeldikte de verliezen in het net 100 keer zo laag
zijn.
In
speciale stations wordt de spanning veranderd naar een
lagere waarde. De spanning wordt aangegeven in kilovolt
(KV).
----------------------------------------------------------------------------------------------------
Dynamo.
Een
fietsdynamo is een dynamo op een fiets. Meestal is een
dynamo
bevestigd aan de voorvork om te worden aangedreven door
het voor-
wiel.
De fietsverlichting kan branden door de dynamo op de
fietsband te zetten
en het wiel in beweging te zetten. Een deel van het
vermogen dat iemand al
trappend toevoert aan de dynamo wordt gebruikt voor de
verlichting.
Voor- en achterlicht zijn parallel geschakeld.
Een normale fietsdynamo levert 6 volt wisselstroom bij
ongeveer 0,5 ampère,
dat is ongeveer 3 watt.
Hoe werkt een dynamo?
De meeste
fietsen hebben een lamp met een dynamo.
Als je fietst,
gaat de magneet in de dynamo draaien.
Hierdoor
word de stroom opgewekt om je lamp te laten branden.
Zo word de
stroom opgewekt.
Als je
langzaam fietst, draait je wiel langzaam, en je dynamo
ook.
Zo word er bijna geen elektriciteit opgewekt, en schijnt
je lamp niet zo heel erg helder.
Hoe harder je trapt hoe meer elektriciteit er komt.
Energie van de zon
Bijna alle
energie komt van de zon. Elke dag verwarmt en verlicht
de zon de aarde. Om uit de zon energie te halen
gebruiken we zonnepanelen. Om energie uit zonnepanelen
te halen moet het aansluiten aan het netwerk.
Zonnepanelen geven ook energie als de zon niet schijnt.
Een zonnepaneel van zo’n 1,5 bij 0,8 levert 8o/120 kWh
per jaar op. Zonnepanelen kun je tegenwoordig zelf op
het dak installeren.
Water energie
Waterkracht is de naam voor energie die wordt gemaakt
van water. Nu is
bijna alle waterkracht elektrisch; in het verleden werd
de opgewekte mechanische energie ook wel meteen
gebruikt, bijvoorbeeld in een watermolen.
Riviercentrales staan op de Maas in Andenne, Neuville,
Monsin. Een stuwdam kan smelt- en regenwater opvangen in
een meer. Een stuwdamcentrale levert vooral
bij grote hoogteverschillen (Noorwegen, Zwitserland,
Frankrijk) veel vermogen. De capaciteit van de centrales
op de Vesder, de Gileppe en de Warche is klein. Bij een
pompcentrale of spaarbekkencentrale wordt water in de
daluren opgepompt naar hoger gelegen bekkens. Tijdens de
piekuren stroomt het water terug en drijft de turbines
aan. Pompcentrales staan in Vianden, Coo-Trois-Ponts en
Silenrieux.
Wind energie
Wind is bewegend
lucht. Van bewegend lucht kunnen we bewegingsenergie
maken. Bewegingsenergie is een soort van energie die
dingen kan laten bewegen. Vroeger werd windenergie met
windmolens direct omgezet in kracht. Nu wordt
windenergie vooral gebruikt voor de elektrische energie
die met een serie windmolens uit de wind gewonnen wordt.
Het gebruik van windenergie heeft voor- en nadelen.
Enkele voordelen zijn dat het niet opraakt en dat het
schone stroom levert. Schone stroom betekent dat het
geen vervuiling of afval nalaat. Wind energie heeft ook
een aantal nadelen. Zo is er niet altijd wind en als het
niet waait kan je ook geen windenergie opwekken. Verder
kan je niet overal windmolens neerzetten omdat dat de
vliegroutes van vogels kan verstoren. 
|